Archeologie

Op woensdag 25 mei 2016 zijn, tijdens het proefsleuvenonderzoek tussen de twee boerderijen aan de Zuidbuurt in Vlaardingen, ophogingslagen van een middeleeuwse terp aangetroffen. De terp is goed zichtbaar in het landschap, aangezien deze iets hoger ligt dan de rest van het landschap.

Er bestonden al vermoedens dat op deze locatie een huisterp aanwezig zou zijn. De huisterp heeft een hoogte van circa 80 centimeter en dateert uit de late middeleeuwen. In deze woonheuvel is tijdens een eerdere boring een scherf handgevormd aardewerk aangetroffen, die dateert uit de periode tussen het einde van de 11e eeuw tot de 14e eeuw. Uit verschillende andere boringen en proefsleuven blijkt verder dat de woonheuvel een dikte heeft van ongeveer 1 meter. Onder de terp bevindt zich een grote kreekrug (een oude getijde geul die buitengebruik is geraakt) die waarschijnlijk dateert uit de vroege IJzertijd ca. 800-500 v.Chr.).

Terpenlint
De onderzochte terp is onderdeel van een lint van andere terpen die grotendeels bebouwd zijn. Door de eeuwen heen zijn kreken, daar waar de ondergrond veel meer klei en veen bevat, hoger komen te liggen dan de omliggende delen van het terrein. Deze relatief hooggelegen locaties waren in het verleden mogelijk al geschikt voor bewoning, maar de mens wapende zich toch tegen overstromingen door de geul- en kreekbeddingen nog verder op te hogen tot de terpen die vandaag de dag nog in het landschap waarneembaar zijn. Het vermoeden bestaat dat de onderzochte terp in het verleden onderdeel uitmaakte van één en dezelfde terp waarop de huidige boerderij Veldzicht en de Wijnboerderij zijn gelegen.
 

 

 

 

 

Onderzoek
Tijdens het eerste, zogenoemde proefsleuvenonderzoek zijn op de locatie enkele werkputten gegraven. Bij het graven van de eerste werkput stuitten de archeologen direct op een middeleeuwse terp. Op de onderstaande foto is duidelijk te zien dat de terp in de loop der jaren tot twee keer toe door de bewoners is opgehoogd. Ook is te zien dat er in de eerste fase een greppel aanwezig was in de terp. Onder het vondstmateriaal uit de terplagen bevindt zich aardewerk, metaal, baksteen en natuursteen waaronder een fragment van een natuurstenen mortiervijzel en een fragment van een handmolen. Op basis van het aardewerk lijkt de terp uit de periode tussen 1250 en 1400 AD te dateren. In de bovenste laag van de terp zijn enkele baksteenconcentraties van kloostermop-achtig materiaal aangetroffen. Wellicht gaat het om funderingsresten of resten van grondverbetering ter hoogte van voormalige bebouwing op de terp.

Bewoning waarschijnlijk al tijdens de IJzertijd
In een van de werkputten is net onder de terp aardewerk uit de IJzertijd aangetroffen. Dit aardewerk is afkomstig uit de donkere laag veen die in het gehele gebied wordt aangetroffen. Dit kan betekenen dat, mogelijk al voor het opwerpen van de terp in de middeleeuwen, hier een (natuurlijke) verhoging in het landschap aanwezig was. De aanwezigheid van ijzertijdaardewerk wordt tijdens de terpopgraving nader te onderzocht.

Op basis van de waarnemingen tijdens het proefsleuvenonderzoek en de extra geplaatste boringen kan geconcludeerd worden dat zich binnen het onderzochte gebied  een terp bevindt die dateert uit de Late-Middeleeuwen, maar mogelijk, getuige het ijzertijdaardewerk, nog verder in de tijd teruggaat. Het centrum van de terp bevindt zich aan de westzijde van de Wijnboerderij en zal dus ook deels onder de huidige Wijnboerderij liggen. De oppervlakte van de terp wordt geschat op ongeveer 5200 m2.

Terp nog grotendeels intact
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er geen aanwijzingen voor verstoringen in de ondergrond waargenomen. De kans is dan ook groot dat de terp nog (grotendeels) intact is en de fysieke kwaliteit hoog zal zijn. Ook de wetenschappelijke- en belevingswaarde van de locatie is hoog. De terp bevindt zich op een terpenlint dat ook nu nog waarneembaar is in het landschap. Veel van de terpen in de directe omgeving zijn nog bebouwd, waardoor het opgraven van deze locatie niet alleen veel informatie kan verschaffen over deze terp, maar mogelijk ook over de ontwikkeling van het terpenlint waar het onderdeel van uitmaakt.

Waarom vind er archeologisch onderzoek plaats
Ter voorbereiding op de aanleg van de Blankenburgverbinding moet  archeologisch onderzoek worden uitgevoerd tussen de A20 en de Maassluissedijk in Vlaardingen. Het onderzoek duurt tot eind augustus 2016. De vondsten worden verzameld, en sporen uit het verleden worden opgetekend. Alle informatie wordt zorgvuldig gedocumenteerd zodat ze behouden blijven voor de  toekomst. De vondsten worden overgedragen aan de gemeente Vlaardingen.